Fietscommunity vindt zichzelf opnieuw uit

De Dutch Cycling Embassy, de Dutch Cycling Academy, het Fietsberaad, de Fietsersbond, verschillende nationale congressen, summerschools en seminars, verschillende lopende en nieuwe fietsonderzoeksprojecten, maatschappelijke initiatieven als Ring Ring (Utrecht) en dan nog alle beleidsmakers en projectleiders bij het Rijk en in de grotere en kleinere gemeenten plus de verschillende adviseurs en consultants die zich met de kennisontwikkeling en -verspreiding rond het fietsen bezighouden. 'Er is wel heel veel,' aldus Jan Klinkenberg, VerDuS-netwerkmanager en aanjager van de (VerDuS-)Fietscommunity. Hoe verbinden we al deze mensen, instituties en initiatieven tot een 'open innovatieplatform'? Dat was een van de vragen tijdens de lancering van de Fietscommunity 2.0 op 16 september in Utrecht.

Klinkenberg gaf in zijn welkomstwoord eerst een korte samenvatting van het voorafgaande. 'We hebben in de afgelopen drie jaar al diverse verschillende soorten bijeenkomsten gehouden. Velen van jullie waren daar ook bij aanwezig. In die eerste periode van de Fietscommunity ging het vooral om wetenschappelijk onderzoek onder de vlag van VerDuS en het maken van de verbinding met de beleidspraktijk. Nu willen we een stap verder en komen tot een echt innovatieplatform met impact op verschillende plekken en beleidsterreinen in de maatschappij, misschien zelfs internationaal.' Om dat idee kracht bij te zetten, passeerde vervolgens een serie sprekers de revue die vanuit de eigen positie in het 'fietskennisnetwerk' een tour d'horizon maakten.


Jan Klinkenberg, netwerkmanager VerDuS

E-bike sterk in opkomst
Lucas Harms, gastonderzoeker aan de UvA en werkzaam bij het Kennisinstituut voor het Mobiliteitsbeleid van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, blikte terug op de uitkomsten van het fietsonderzoek dat de aanleiding vormde voor de al eerder bestaande Fietscommunity. 'Nederland is nog steeds fietsland nummer 1, maar er zijn grote ruimtelijke en sociale verschillen. Op het platteland neemt het fietsen af en in de steden neemt het toe. Maar het aantal niet-westerse allochtonen in de steden neemt ook toe en zij fietsen juist niet.' Een ander speerpunt binnen het onderzoek was de 'fiets/trein-combi'. Harms: 'Die is zeer kansrijk en we weten er nog niet alles van. Meer dan 80% van de Nederlands woont op fietsafstand van een treinstation. Daar moeten we meer mee doen.'


Lucas Harms, KIM en UvA

De ontwikkelingen met de e-bike gaan ook hard, aldus Harms. 'Er worden er momenteel al meer dan 200.000 per jaar verkocht en het zijn niet alleen maar 65-plussers die er met recreatieve doeleinden op rijden. Die tijd is voorbij. E-bikers gaan vaker en verder weg dan voorheen op hun elektrische fiets en ze laten ook vaker de auto staan. Hier ligt dus een enorme potentie voor verdere verduurzaming van de mobiliteit in Nederland.' Een laatste punt dat Harms aanstipte, betrof de effectiviteit van fietsbeleid. 'Hardware – infra bijvoorbeeld – moet samengaan met software – educatie en informatie – en orgware: de manier waarop je beleid organiseert en implementeert. En dan moet je met je beleid ook nog inspelen op die ruimtelijke en sociale verschillen. Dat werkt het beste om het fietsen te stimuleren.'

Systeem OV/fiets verder uitpluizen
Aansluitend ging Hugo van der Steenhoven, directeur van de Fietsersbond, met Lucas Harms in gesprek. 'Het fietsaandeel in de modal split van Nederland is weliswaar al heel lang 25%, maar door de toename van de bevolking en de mobiliteit is het fietsen in absolute zin toch wel enorm toegenomen,' voegde hij toe aan Harms' verhaal. Dat klopt, knikte Harms. Harms vertelde verder dat het onderzoek nu verder gebruikt wordt door het KIM en dat hij als onderzoeker veel gehad heeft aan de Fietscommunity in zijn vorige vorm. 'We hebben ons onderzoek aan kunnen scherpen, data kunnen inzamelen en respondenten kunnen vinden. Er is nu sowieso in het beleid veel meer aandacht voor de fiets. Er zijn ook meer ambtenaren, zowel bij het Rijk als lokaal, bezig met fietsbeleid en fietsprojecten. Binnen het ministerie is het verhaal van de fiets/trein-combi opgepakt. Ook komt er nu terecht meer aandacht voor lopen. Daarover weten we echt nog heel weinig. En fietsen wordt steeds meer vanuit een breder integraler perspectief bekeken. Dus niet alleen als effectieve vorm van vervoer, maar ook als gezonde en milieuvriendelijke vorm, met aandacht voor de openbare ruimte.'


Hugo van der Steenhoven, Fietsersbond

In de zaal ontspon zich een discussie over fietsparkeernormen op gemeentelijk niveau. Die zijn nog niet overal van kracht, en worden ook nog niet overal gehandhaafd. Ook werd het aspect 'economie' genoemd als iets om verder mee te nemen in fietsonderzoek, evenals het concept 'fietsdelen' en zo mogelijk ook prijsbeleid. Wim Bot wist te melden dat Kees Maat van de TUD daar al onderzoek naar heeft gedaan. Als belangrijke punten voor de toekomst noemde Harms nog de implicaties van de e-bike en soortgelijke nieuwe voertuigen en het systeem fiets/trein – mogelijk ook in combinatie met overige vormen van OV. Uit de zaal werd nog opgemerkt dat een sterkere betrokkenheid van NS dan zeer wenselijk zou zijn.

Veel witte vlekken in fietskennis en -beleid
Daarna was het woord aan Rob van der Bijl, RVDB Urban Planning/Go Dutch Cycling. Hij heeft op verzoek van Transumo Footprint een inventarisatie gedaan naar invalshoeken en thema's binnen het netwerk rond fietsbeleid en fietskennis. 'Ik heb heel veel publicaties van de laatste jaren gelezen en met vele mensen gesproken. Overduidelijk blijkt dat van minimaal vijf verschillende invalshoeken die je bij het bestuderen en stimuleren van de fiets kunt hanteren, er slechts één enorm dominant is: die van de mobiliteit. Maar ruimte, economie, milieu en sociale aspecten, waaronder gezondheid,  doen er ook toe en blijven zowel in onderzoek als beleid nog sterk onderbelicht. Die vijf invalshoeken kun je in het Engels met vijf E's aanduiden: effectivity, efficiency, economy, environment en equity. En dan zijn er ook nog drie maatschappelijke niveaus van actoren: de upperground, de middle ground en de underground. Op alle drie niveaus speelt er van alles. Als je dit in een matrix zet, kom je uit op maar liefst 75 vlekken, waarvan er nog heel erg veel wit zijn.' Uit de zaal kwam het punt dat verschillende beleidsmakers soms verschillende motieven voor fietsstimulering benadrukken. Vaak is dat het motief van effectief vervoer van a naar b in de drukke stad. Maar soms is dat ook gezondheid of milieu. Van der Bijl: 'Het gaat inderdaad om al die verschillende motieven en onderwerpen. Ik denk daarbij net als Lucas Harms ook aan het OV/fiets-systeem, maar ook aan stadslogistiek, de publieke ruimte, 'bike oriented development', economische effecten, vergroening van de stad en noem maar op.' Vanuit de zaal werd beaamd dat het punt van sociale inclusie ook belangrijk is, zeker onder allochtonen.


Rob van der Bijl,  RVDB Urban Planning/Go Dutch Cycling

Een wetenschappelijke (sub)community
Vervolgens lichtte Marcus Popkema van Hogeschool Windesheim het initiatief van enkele onderzoekers binnen universiteiten en hogescholen toe om tot een wetenschappelijke community te komen: de Dutch Cycling Academy. 'Het is een informeel netwerk waarin een website met Engelstalige blogs centraal staat. We willen onder andere de fiets hoger op de nationale onderzoeksagenda zetten en onze expertise bundelen. Er staan nu al zo'n 25 namen op ons lijstje. Ben je onderzoeker, sluit je dan aan. We zien onszelf als zusje of broertje van de Dutch Cycling Embassy die als consultancy voor het buitenland fungeert. We zouden graag samenwerking zoeken met andere bestaande instellingen en communities.' Dat laatste was muziek in de oren van Jan Klinkenberg die hardop aarzelde of het nou wel een goed idee was om de wetenschappers apart te zetten naast de huidige Fietscommunity. 'Als er maar voldoende overlap is in de mensen en afstemming in het werk. De Academy kan in elk geval overwegen om voor het websitedeel samen te werken met VerDuS: die infrastructuur ligt er al,' aldus Klinkenberg. Vanuit de zaal werd ook opgeroepen tot samenkomsten en niet alleen blogs. 'Wetenschappers hebben belang bij het persoonlijk uitwisselen van kennis en informatie over hun projecten.' Iemand anders benadrukte het belang van kennisdisseminatie en onderwijs. Popkema: 'Dat gebeurt in de afzonderlijke instituten waaraan onze leden verbonden zijn.' Ook verbindingen leggen met buiten de wetenschap aanwezige kennis werd belangrijk gevonden in de zaal. 'Denk niet teveel in nieuwe structuren, maar zie alle initiatieven en personen als knopen in een groot netwerk. Maak die knopen goed zichtbaar.'


Marcus Popkema, Windesheim/Dutch Cycling Academy

Het innovatieve van de fiets is de alledaagsheid
Na de pauze ging Jaap Modder (Brainville), lid van het Innovatieberaad dat is gelieerd aan het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, verder met de presentatie van zijn idee voor een open innovatieplatform. Hij vroeg zich af welke innovaties we nu eigenlijk te bieden hebben uit de fietswereld, bijvoorbeeld met het oog op de Innovatie Estafette 2016 en het wereldcongresVeloCity in de regio Arnhem-Nijmegen in 2017. 'We komen er niet met alleen Nederlands onderzoek. En wat is er nu precies nodig aan beleid? Er gebeurt veel in de steden zelf door allerlei verschillende partijen. Hoe zorgen we dat we een agenda opbouwen die ook voor het buitenland interessant is?'


Sjors van Duren, Provincie Gelderland en diverse andere deelnemers

Sjors van Duren, provincie Gelderland, die nauw bij de organisatie editie van VeloCity 2017 betrokken is, antwoordde daarop vanuit de zaal: 'We moeten vooral de alledaagsheid van de fiets laten zien. Die is juist zo bijzonder in Nederland. Je kunt ook zeggen: 'the freedom of cycling'. Die integrale benadering – de matrix van Rob van der Bijl – hoort daar helemaal bij. We willen ook veel verschillende partijen betrekken bij VeloCity. Het moet niet alleen een internationale beurs zijn, maar we willen ook de fietswetenschappers een podium bieden en laten zien welke oplossingen in de regio Arnhem-Nijmegen en elders op straat zijn toegepast.' Marjolein de Lange van de Fietsersbond Amsterdam beaamde dat de fiets misschien wel te gewoon is. 'Het is allemaal geen rocket science en niet sexy. Het gaat om bijna onzichtbare ruimtelijke en sociale engineering, die soms decennia in beslag neemt. Van andere landen maak je niet zomaar een fietsland als Nederland.' Ook werd de uitkomst van de MKBA Fiets genoemd, waaruit blijkt dat de fiets een hogere maatschappelijke waarde heeft dan de auto. En: de fiets is ook 'feeder' van het OV. Hugo van der Steenhoven noemde de Fietstelweek, zoals die momenteel plaatsvindt, een mooie combinatie van alledaagse en nieuwe technologie.' En er werden nog meer ideeën gespuid voor 2016 en 2017.


Jaap Modder, Brainville, en Rob Raven, Universiteit Utrecht

Nieuwe kennisontwikkeling en -verspreiding onderweg
Het woord was vervolgens aan Rob Raven, hoogleraar Instituties en Maatschappelijke Transities aan de Universiteit Utrecht. Hij heeft de afgelopen tijd met een breed en veelkleurig consortium gewerkt aan een nieuw onderzoeksvoorstel in het kader van het nieuwe VerDuS-programma SURF (Smart Urban Regions of the Future). 'We zijn nog in de race voor financiering; het is pas in december zeker of het project wel of niet doorgaat.' Een van de onderdelen in het onderzoekproject is om goed te kijken naar de potenties van opkomende innovaties in binnen- en buitenland. 'Het grootste fietsendelenproject vindt momenteel plaats in China,' vertelde Raven. Iemand uit de zaal vroeg waarom er niet gefocust wordt op een slim mobiliteitssysteem in plaats van alleen op een slim fietssysteem. Raven:'Wij hebben juist heel bewust voor de focus op de fiets gekozen, omdat de fiets anders weer snel ondersneeuwt. Maar we leggen zeker de relatie met andere modaliteiten. Het gaat eigenlijk over de transitie van een heel stedelijk systeem.'


Erik Tetteroo, APPM/Dutch Cyling Embassy

Tot slot vertelde Erik Tetteroo (APPM) over de laatste ontwikkelingen en activiteiten van de Dutch Cycling Embassy. Er vindt binnenkort een masterclass plaats in Denemarken. 'Iedereen denkt dat Denemarken fietsland nummer 1 is, maar dat komt omdat zij het verhaal beter weten te verkopen dan wij in Nederland.' Tetteroo gaf aan dat de kennis van de embassy wel weer wat aanvulling verdient, maar dat de boodschap steeds hetzelfde blijft: 'We willen anderen het besef bijbrengen dat de fiets de hele stad opstoot in de vaart der volkeren.'

De Denen voorbij
In de slotdiscussie passeerden nog verschillende ideeën en inzichten de revue, zoals:
  • We moeten in het buitenland laten zien hoe gelukkig we zijn met de fiets.
  • De belevingskant van de fiets is ook belangrijk in het stimuleren van het fietsgebruik. Vinden mensen dat iets werkelijk op fietsafstand ligt of vinden ze dat de afstanden te groot zijn? Dat is vaak een gevoelskwestie.
  • Kunnen we op de Eurotop in 2016 ook iets halen in plaats van alleen iets te brengen, bijvoorbeeld fondsen voor verdere fietskennisontwikkeling?
  • Dat we ingehaald worden door de Denen, kan dat komen doordat het fietswereldje te zelfgenoegzaam is: 'wij weten alles al, wij zijn de beste, waarom zouden wij om ons heen hoeven te kijken'? (Reactie: 'Er wordt anders wel keihard gewerkt in dat fietswereldje.')
  • Denen zijn goede verhalenvertellers en presentatiegevers. Dat zouden wij ook beter moeten kunnen.
  • Er wordt in de fietswereld nog erg op een ingenieursmanier gekeken en gedacht. Er is nog veel te weinig een sociale blik.
  • Hoofdvraag voor het verder werken in de community/communities zou kunnen zijn: hoe draagt de fiets bij aan een betere stad?
  • Laten we niet teveel kijken naar wat nieuw en innovatief lijkt; fietsen is net als veel andere techniek om ons heen al heel oud. Kijk eens naar hoe we dat kunnen inzetten voor toekomstige steden.

Jaap Modder en Jan Klinkenberg sloten de bijeenkomst af met de belofte binnenkort te laten weten hoe zij de Fietscommunity verder gestalte willen gaan geven.

In de loop van oktober maken de initiatiefnemers via deze website bekend hoe ze verder willen gaan met de Fietscommunity.

Downloads en links

Zie ook een korte impressie op de website van het Fietsberaad.

 
DEEL: 

Over kenniscocreatie

Agenda